Belastingplan 2016: verruiming gemeentelijk belastinggebied als politiek compromis

Het Kabinet zal, zo werd vandaag bekend, D66 met enkele toezeggingen alsnog verleiden tot het instemmen met het Belastingplan 2016. Eén van die toezeggingen betreft het verlagen van de lasten op arbeid (Inkomstenbelasting) met € 4 miljard onder gelijktijdige verruiming van het gemeentelijke belastinggebied met een bedrag van eveneens € 4 miljard; het tijdstip van ingang is vooralsnog 2019. Het Kabinet zal voor de zomer van 2016 met concrete voorstellen komen. Dit alles blijkt uit een brief die de staatssecretaris van financiën vandaag aan de Tweede Kamer heeft gezonden. 

De wens van D66 tot verruiming van het gemeentelijk belastinggebied is gebaseerd op het in juni 2015 gepubliceerde rapport "Bepalen betekent betalen". Dit rapport is in opdracht van de VNG opgesteld door de Commissie Rinnooy Kan. Deze commissie, onder leiding van Alexander Rinnooy Kan, stelde in haar rapport dat het voor gemeenten noodzakelijk is om zelf meer belastingen te kunnen heffen om zo de vele taken op lokaal-specifieke eisen te kunnen afstemmen. De commissie stelde onder meer voor om de - in 2006 afgeschafte - OZB van gebruikers van woningen weer in te voeren; voorts zou de commissie een ingezetenenbelasting van meerderjarigen willen invoeren. Enkele kleinere gemeentelijke belastingen zouden kunnen worden afgeschaft. 

Bij de indiening van het Belastingplan 2016 had het Kabinet juist afgezien van voorstellen tot verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Op die keuze komt het Kabinet nu terug. Hiermee, en tezamen met de overige door het Kabinet gedane toezeggingen, krijgt de behandeling van het Belastingplan 2016 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 2015 een voorspelbare uitkomst en kan het Kabinet de stemming over dit plan in de Eerste Kamer (op 22 december as.) met vertrouwen tegemoet zien. 

In de Tweede Kamer is op 24 november 2015 een motie aangenomen die ertoe strekt dat het Kabinet de gemeentelijke heffing van precariobelasting op de netwerken van nutsbedrijven juist gaat verbieden. Deze motie, die overigens niet door D66 werd ondersteund, zal door het Kabinet eveneens moeten worden uitgewerkt. In de motie is aangedrongen op een ruime overgangsperiode zodat de precario-heffende gemeenten voldoende gelegenheid hebben om de  voorziene inkomstenderving op te vangen. Het verbod tot het heffen van precariobelasting op netwerken van nutsbedrijven zal nu naar verwachting worden betrokken bij de voorstellen rond de vandaag toegezegde verruiming van het gemeentelijk belastinggebied; als de wetgever daadwerkelijk tot dit verbod besluit, zou dit zomaar óók met ingang van 2019 kracht van wet kunnen krijgen.  

Wij zijn benieuwd naar de uitwerking van deze plannen door het Kabinet. Dat de lokale lastendruk als uitvloeisel van een politiek compromis aan het Binnenhof in de nabije toekomst gaat stijgen, blijkt ineens een reële verwachting.
Hiermee wordt maar weer duidelijk: voor verlichting van lokale belastingen moet je wél in Den Haag zijn, maar niet aan het Binnenhof!