Rechter vernietigt aanslagen baatbelasting riolering

De Rechtbank Midden-Nederland heeft begin juli 2015 ruim 30% van de door de gemeente De Ronde Venen opgelegde aanslagen baatbelasting vernietigd. De aanslagen baatbelasting hadden betrekking op de aanleg van riolering in het buitengebied van de voormalige gemeente Abcoude. De Rechtbank constateerde dat de gemeente heeft gehandeld in strijd met het wettelijke voorschrift dat een Verordening baatbelasting moet worden vastgesteld binnen 2 jaar na de totstandkoming van de betreffende voorziening; vernietiging van de opgelegde aanslag is dan het onvermijdelijke gevolg. Voorts stelde de Rechtbank vast dat de gemeente haar eigen beleidslijn, om onder specifiek omschreven voorwaarden tot vermindering van de aanslag over te gaan, niet in alle gevallen juist had toegepast. Ook in die gevallen vernietigde de Rechtbank de opgelegde aanslagen. 
In de overige 70% van de gevallen oordeelde de belastingrechter dat de gemeente juist heeft gehandeld bij het opleggen van de aanslagen baatbelasting zodat de rechter deze aanslagen in stand liet. 

Baatbelasting wordt geheven van de eigenaar van een onroerende zaak indien die onroerende zaak is gebaat bij door de gemeente getroffen voorzieningen van openbaar nut. De heffing dient er dan toe om de kosten van die voorziening om te slaan over degenen die van die voorziening voordeel hebben: de eigenaren van onroerende zaken. In de gemeente De Ronde Venen had de baatbelasting betrekking op de aanleg van een riolering in het buitengebied. 
Heffing van baatbelasting is al jaren een bron van procedures bij de belastingrechter. Omdat belastingplichtigen in veel gevallen met succes de onrechtmatigheid van die heffing hebben bepleit, wordt baatbelasting steeds minder geheven; aanleg van riolering in buitengebied is thans nog één van de weinige voorzieningen waarvoor baatbelasting wordt geheven; ook in die gevallen gaat het voor de gemeente niet altijd goed, zoals uit bovenstaande uitspraak blijkt.
Naar verwachting zal de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland in hoger beroep worden voorgelegd aan het Gerechtshof te Amsterdam.