Toepassing 'leegwaarderatio' ook bij erfbelasting onverbindend

Opnieuw acht de Hoge Raad de zogenoemde 'leegwaarderatio' onverbindend indien de met toepassing van deze ratio in aanmerking te nemen waarde van de verhuurde onroerende zaak 10% of meer afwijkt van de werkelijke waarde van de verhuurde onroerende zaak. 

De onderhavige procedure betrof de heffing van erfbelasting. De belanghebbende maakte voor het gerechtshof aannemelijk dat de werkelijke waarde in het economische verkeer van de verhuurde onroerende zaken meer dan 10% afweek van de WOZ-waarde na toepassing van de leegwaarderatio.
De Hoge Raad wijst erop dat de leegwaarderatio ertoe dient om te bereiken dat met betrekking tot verhuurde onroerende zaken de waarde in het economische verkeer wordt benaderd. Van een benadering van die waarde is evenwel geen sprake meer indien de waarde van de verhuurde onroerende zaak met toepassing van de leegwaarderatio 10% of meer afwijkt van die waarde in het economische verkeer; dan is de regeling inzake de leegwaarderatio onverbindend. 
HR 23 september 2016, nr. 15/05738, ECLI:NL:HR:2016:2135

De Hoge Raad oordeelde eerder de leegwaarderatio onverbindend in relatie tot de heffing van inkomstenbelasting ter zake van verhuurde onroerende zaken (zie HR 3 april 2015 en Bosma blogt van 3 april 2015).