Opnieuw arrest over werktuigenvrijstelling bij WOZ-waardering ziekenhuis

In zijn arrest van 6 februari 2015 oordeelde de Hoge Raad dat installaties die in hoofdzaak dienstbaar zijn aan het medische proces dat in een ziekenhuis plaatsvindt, sprake kan zijn van werktuigen in de zin van de zogenoemde werktuigenvrijstelling. Hieraan doet niet af, zo voegde de Hoge Raad aan dat oordeel toe, dat veel van die installaties zijn aangebracht vanwege extra wettelijke eisen in het belang van de gezondheidszorg. 
De Hoge Raad heeft dit oordeel vandaag in een arrest bevestigt.

In de procedure die tot dit arrest heeft geleid is nader ingegaan op het begrip 'in hoofdzaak'. Overeenkomstig de geldende opvattingen heeft het gerechtshof dit begrip uitgelegd als 'voor 70% of meer'. Dit betekent dat per installatie moet worden beoordeeld of deze 'als geheel in hoofdzaak', dat wil zeggen 'als geheel voor 70% of meer', dienstbaar is aan het medische proces dat in het ziekenhuis plaatsvindt. Zo ja, dan is op die installatie de werktuigenvrijstelling van toepassing en blijft de waarde van die installatie, bij de bepaling van de WOZ-waarde van het ziekenhuis, buiten aanmerking. De Hoge Raad heeft deze uitleg van het gerechtshof in stand gelaten en hierbij expliciet overwogen dat dit ook geldt voor installaties die aan extra (stringentere) eisen moeten voldoen. Hierbij kan met name worden gedacht aan extra eisen in het belang van de gezondheidszorg.
Overigens draagt de belanghebbende de bewijslast dát de installatie als geheel in hoofdzaak dienstbaar is aan het medische proces.  

HR 30 september 2016, nr. 16/00042, ECLI:NL:HR:2016:2198