Rechterlijke uitspraak WOZ-waarde zonnepark voer voor discussie

Op 25 mei jl. heeft rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een geschil over de WOZ-waarde van een zonnepark. Die uitspraak roept de nodige vragen op omdat deze op onderdelen niet in lijn is met de huidige jurisprudentie.

Cultuurgrondvrijstelling

Op het zonnepark liepen kennelijk schapen om het gras kort te houden. Dit komt vaker voor bij zonneparken en, overeenkomstig een eerdere uitspraak van een andere rechter, dient dan de zogenoemde cultuurgrondvrijstelling te worden toegepast. De waarde van de grond blijft dan buiten de WOZ-waardering en buiten de heffing van OZB. De betreffende gemeente had deze vrijstelling niet toegepast bij de WOZ-waardering maar wel toegepast bij de aanslagregeling OZB. Een uiterst merkwaardige handelwijze gelet op het dwingende karakter van de wettelijke regeling. Met dit aspect was de rechter dan ook snel klaar: de WOZ-waarde moest worden verminderd met de waarde van de grond; de cultuurgrondvrijstelling was op de grond van toepassing.

Werktuigenvrijstelling

Met betrekking tot de vraag of de werktuigenvrijstelling juist was toegepast ging de discussie tussen de eigenaar van het zonnepark en de gemeente over het antwoord op de vraag of zonnecellen zijn vrijgesteld. Zonnecellen zijn onderdeel van de zonnepanelen.
De rechtbank oordeelt dat de zonnecellen niet verwijderd kunnen worden zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van het zonnepaneel en daarmee van het zonnepark verloren gaat. De rechtbank constateert dat na verwijdering van de zonnepanelen alleen stellages resteren alsmede enkele losse onderdelen zoals glasplaten, junction boxes, backsheets en frames.
Het oordeel van de rechtbank lijkt minder opmerkelijk dan het is: bij zorgvuldige lezing komt de vraag op of de focus in deze discussie wel lag bij de ter zake relevante vraagpunten.

Omtrent toepassing van de werktuigenvrijstelling op de omvormers, transformatoren, kabels en leidingen vermeldt de rechtbank niets in de uitspraak. Kennelijk was niet in geschil of deze onderdelen terecht (al dan niet) onder de werktuigenvrijstelling zijn gebracht.

Afschrijving technische veroudering

Voor wat betreft de afschrijving wegens technische veroudering oordeelt de rechtbank dat deze dient plaats te vinden over een periode van 25 jaar. Hierbij kent de rechtbank gewicht toe aan zowel de door de fabrikant van de zonnepanelen gegeven garantie alsook aan de lengte van het (onder)recht van opstal. De rechtbank gaat daarbij voorbij aan de door belanghebbende bepleite afschrijvingsduur van 15 jaar die is gekoppeld aan de SDE+-subsidieregeling.

Ook hier kan de conclusie nauwelijks anders zijn dan dat dit oordeel van de rechtbank opmerkelijk is mede in het licht van de overigens op dit punt bestaande jurisprudentie.

Uit de uitspraak blijkt voorts dat de onderhavige gemeente aan de WOZ-waardering van het zonnepark uitgangspunten ten grondslag heeft gelegd die afwijken van hetgeen gebruikelijk is.
Dat de gemeente daar bij de rechtbank gemakkelijk mee weg komt is opvallend. 

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2020:1934&showbutton=true&keyword=zonnepark

Voor vragen of opmerkingen naar aanleiding van het bovenstaande kunt u contact met ons opnemen.