DE UITBREIDING VAN GEMEENTELIJK BELASTINGGEBIED KOMT ERAAN!

In december 2015 zegde de regering toe om voor de zomer van 2016 met voorstellen te komen voor een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Welnu, die voorstellen zijn zojuist door de regering bekendgemaakt in de vorm van een ‘bouwstenenbrief’. Kernpunt bij de hervorming van het gemeentelijk belastinggebied is dat een verschuiving plaatsvindt van de door het Rijk geheven belastingen op arbeid naar de gemeentelijke belastingen; vooralsnog omvat deze verschuiving een bedrag van € 4 miljard.
De gepresenteerde bouwstenen zullen niet meer in deze regeerperiode tot besluitvorming leiden; het is aan een volgend kabinet om te besluiten over de precieze invulling van de hervorming van het gemeentelijk belastinggebied, aldus de regering in zijn brief. 

De nu gepresenteerde voorstellen zijn gebaseerd op vijf bouwstenen: 

1. Invoering van een gemeentelijke ingezetenenheffing en van een gebruikersbelasting OZB: 
Deze twee belastingen kunnen – naar verwachting – € 4 miljard opleveren zodat het Rijk de belastingen op arbeid met eenzelfde bedrag kan verlagen. Doordat het Rijk de jaarlijkse uitkering uit het Gemeentefonds met € 4 miljard zal verlagen, blijft de totale lastendruk gelijk zodat sprake is van een verschuiving.
NB.1: de OZB-gebruikersbelasting is met ingang van 2006 afgeschaft en komt nu dus weer terug!
NB.2: de ingezetenenheffing zal alleen van meerderjarige ingezetenen worden geheven. 
De regering maakt op dit moment nog geen keuze hoe de verlaging van de belasting op arbeid zal worden vormgegeven: door wijziging van de algemene heffingskorting en de tarieven in de IB/LB – in welk geval geen extra werkgelegenheid wordt gecreëerd – dan wel door middel van wijziging van de arbeidskorting – in welk geval het aantal banen wel zal stijgen. Laatstgenoemde variant zal ook leiden tot een grotere spreiding in inkomenseffecten, aldus de regering. Uiteraard zal het van de uiteindelijke politieke keuzes afhangen wat de effecten op micro-niveau zullen zijn van de voorgestelde verschuiving. Bij het voorstel zijn reeds enkele berekeningen opgenomen en daaruit blijkt dat gepensioneerden en alleenstaanden de grootste kans lopen op een negatief effect; over alleenstaande gepensioneerden nog niet gesproken …………!  

2. Afschaffing van enkele kleine belastingen:
De regering stelt voor om de hondenbelasting, de forensenbelasting en de precariobelasting op netwerken van nutsbedrijven (gas-, licht- en waterleidingen) af te schaffen. 
Hoewel het belang van lokale autonomie ook door de regering met de mond wordt beleden, meent de regering zelf te moeten besluiten dat gemeenten deze belastingen in de toekomst niet meer kunnen heffen. Afgezien van dit aspect is het voorstel verder goed. Genoemde belastingen leveren – veelal terecht – veel irritatie op en de opbrengst is relatief beperkt. 
De beoogde afschaffing van de hondenbelasting en forensenbelasting zal door de betrokken belastingplichtigen met enthousiasme worden ontvangen. Toch dient voor wat betreft de afschaffing van de forensenbelasting het enthousiasme te worden beperkt: de regering wijst er op dat gemeenten van diezelfde belastingplichtigen voortaan een ingezetenenheffing kunnen heffen! 
Voorts zullen de baatbelasting en de reclamebelasting worden afgeschaft. Prima! 

3. Voorkomen lasteninflatie en afwenteling: 
Belangrijk element van de voorstellen is dat voorkomen moet worden dat gemeenten lasten afwentelen op diegenen die niet stemmen in de gemeente: bedrijven en niet-inwoners (zoals bij de forensenbelasting en de precariobelasting op nutsnetwerken). Ter uitwerking stelt de regering een tweetal tariefkoppelingen voor die een ongewenste afwenteling van lasten moet tegengaan. Het getuigt van realiteitszin dat de regering dit aspect zo overduidelijk in de voorstellen verwerkt; toch dient de definitieve uitwerking van de voorgestelde koppelingen te worden afgewacht alvorens beoordeeld kan worden of afwenteling daadwerkelijk wordt voorkomen. Bij de invoering van de tariefkoppelingen wordt vooralsnog uitgegaan van de op dát moment bestaande verhoudingen in tarieven en lastendruk tussen belastingplichtigen die wél stemmen en belastingplichtigen die niet-stemmen. Eerder sprak de regering uit dat de hervorming van het gemeentelijk belastinggebied niet eerder dan in 2019 kan worden ingevoerd. Het is dan ook in het geheel niet uitgesloten dat gemeenten de lasten ter zake van bedrijven en niet-inwoners tot die tijd zullen verhogen; met de Tweede Kamer-verkiezingen in 2017 en de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 in het vooruitzicht is dat niet ondenkbaar!

4. Vergroten effectiviteit en doelmatigheid gemeentelijk verkeershandhavingsbeleid:
De regering stelt voor om te onderzoeken op welke wijze de verkeershandhaving door gemeenten beter kan worden vormgegeven, waarbij gemeenten niet – zoals thans – wél de kosten van de handhaving dragen maar de opbrengst van boeten naar het Rijk zien gaan. 

5. Stroomlijnen, vereenvoudigen en harmoniseren:
In 2015 heeft de VNG een 10-puntenplan gepresenteerd dat ertoe moet leiden dat een tiental door de VNG gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Wet WOZ en bij de heffing van gemeentelijke belastingen wordt weggenomen. De regering stelt nu voor om met betrekking tot deze punten voor het einde van dit jaar een wetsvoorstel bij de Kamer in te dienen. 

Tot zover een korte weergave van de ‘bouwstenen-brief’ van de regering. De discussie is geopend en ‘er moet nog heel wat water door de Rijn stromen’ alvorens de plannen, al dan niet in gewijzigde vorm, het Staatsblad zullen halen. Uiteraard zullen ook de inkomenseffecten van de plannen doorgerekend moeten worden; eerder dan in 2019 zal de beoogde wijziging van het gemeentelijk belastinggebied niet van kracht worden, wellicht behoudens enkele kleinere aanpassingen. Onder die aanpassingen worden begrepen de afschaffing van precariobelasting op nutsleidingen en enkele technische aanpassingen van de Wet WOZ en de Gemeentewet ten einde bestaande – althans door de VNG gesignaleerde – knelpunten op te lossen. 

Wordt vervolgd!